Rugproblemen

Rugproblemen treden regelmatig op bij sporthonden. Deze problemen kunnen samenhangen met een erfelijke aanleg, maar vaak zijn de problemen ook het gevolg van de belasting van het dier. Buig- en strekkrachten vanuit de achterbenen en het bekken worden direct overgebracht op het sacrum (heiligbeen). Daar de overgang van de laatste lendenwervel naar het heiligbeen (=lumbosacraal of L-S gewricht) de eerste plek is waar deze krachten op de ruggengraat worden overgebracht, zal dit het gebied van de onderrug zijn waar de grootste krachten op komen te staan. Daarbij komt nog dat aandoeningen van andere gewrichten (zoals heupen bij HD) ervoor kunnen zorgen dat de andere gewrichten van de achterpoot en het L-S gewricht gedurende het afzetten overstrekt moeten worden. De extra belasting op het L-S gewricht kan ervoor zorgen dat deze honden sneller last krijgen van de onderrug.

 

 

Achtergrond

De belangrijkste aandoening van de onderrug is de (degeneratieve) lumbosacrale stenose, letterlijk vertaald betekent dit de vernauwing van het L-S gewricht. De veranderingen die hierbij optreden zijn het gevolg van de langdurige mechanische belasting zoals hierboven beschreven. Vaak is de tussenwervelschijf erbij betrokken, waardoor deze, net zoals bij mensen met een hernia, vanaf onder tegen het ruggenmerg drukt. Door de instabiliteit van het gewricht tussen de laatste lendenwervel en het heiligbeen, verschuift de laatste lendenwervel een beetje naar beneden waardoor er ook vanaf boven druk op het ruggenmerg ontstaat. Door de irritatie die door beide bovengenoemde processen ontstaat, treedt er ook een ontstekingsreactie op, waardoor er vergroeiingen rondom de zenuwen ontstaan en door prikkeling van het botvlies zal er ook extra bot aan de wervels gevormd worden. Dit extra gevormde bot is op een röntgenfoto zichtbaar als haken aan de wervels hetgeen dan spondylose genoemd wordt.

 

 

Symptomen

Het meest voorkomende symptoom bij lumbosacrale stenose is pijn. De pijn kan zich uiten als rugpijn, een of beiderzijdse kreupelheid, of zelfs pijn aan de staart. Vaak wordt opgemerkt dat de honden wat moeizaam overeind komen en valt het op dat als de honden eenmaal “opgewarmd” zijn, de stijfheid verdwijnt. Ook het niet willen rennen, springen of klimmen wordt gezien en soms houden de honden het L-S gewricht in een wat gebogen stand, waardoor als het ware het bekken wat afhangt. Bij toenemende druk op het ruggenmerg en de zenuwen van de achterpoten kunnen er ook meer neurologische verschijnselen optreden zoals toenemende zwakte van de achterhand, slappe staart en soms ook urine incontinentie.

 

 

Diagnose

Door het bekijken van de bewegingen van de hond kan men al het idee krijgen dat de onderrug het probleem is. Meestal is te zien dat de hond loopt met een opgebogen rug en de heupen niet goed uitstrekt. Hoewel de problemen meestal beiderzijds zijn, kan het ook voorkomen dat de klachten aan een kant overheersen waardoor kreupelheid optreedt. Bij het onderzoek van de hond moet gecontroleerd worden op pijnlijkheid in het lumbosacrale gebied, dit wordt gedaan door van bovenaf (voorzichtig) druk uit te oefenen op het gebied, indien geen reactie wordt dezelfde test uitgevoerd terwijl de staart omhoog gehouden wordt. De pijntest kan nog gevoeliger gemaakt worden door tijdens het uitvoeren van de druk de heupen te strekken. Echter bij honden die naast een eventueel rugprobleem ook nog problemen met de heupen hebben, kan dit het beeld beïnvloeden.

Naast de controle op pijnlijkheid worden ook de reflexen gecontroleerd om te zien in hoeverre de functie van het ruggenmerg en de uittredende zenuwen beïnvloed wordt.

Met behulp van röntgenfoto’s kunnen de benige veranderingen in dit gebied zichtbaar gemaakt worden. Een vernauwd tussenwervelgebied in combinatie met het lichamelijk onderzoek maakt de diagnose wel erg waarschijnlijk, maar om het in de verdrukking zitten van het ruggenmerg echt aan te tonen zijn contrastfoto’s nodig. Uiteraard kunnen met de modernere onderzoekstechnieken als CT-scans en MRI-scans de veranderingen nog makkelijker en beter in beeld gebracht worden, maar hier kleeft dan ook wel een prijskaartje aan.

 

Behandeling

De behandeling kan bestaan uit een conservatieve (=niet chirurgische) of een chirurgische oplossing. De keuze daartussen wordt bepaald door de ernst en duur van de klachten, het feit of de hond al dan niet nog moet worden ingezet in de sport en soms ook de reactie op eerdere medicamenteuze behandelingen.

 

De conservatieve methode bestaat uit 6-8 weken volledige rust in combinatie met ontstekingsremmende middelen. Echter de kans dat een hond hiermee dermate goed herstelt dat hij weer op zijn oude niveau kan presteren is niet al te groot. Wel zullen de klachten meestal tijdelijk verdwijnen, maar ze komen vaak terug bij het hervatten van de sportieve inspanningen. Tevens moet men zich realiseren, dat het uitstellen van de chirurgische behandeling de kans op volledig herstel als daarna alsnog tot een chirurgische behandeling wordt overgegaan verkleint. Bij een chirurgische behandeling wordt als het ware het dakje van de wervels in het aangetaste gebied verwijderd, waardoor het ruggenmerg weer ruimte krijgt en niet meer klem ligt. Na de operatie zal de hond de eerste weken nog medicatie krijgen om het vormen van verklevingen tegen te gaan. De eerste 2 maanden mag de hond alleen maar korte stukjes lopen en pas daarna kan de training weer voorzichtig worden opgebouwd. De chirurgische behandeling van sporthonden is meestal succesvol en vaak ook curatief (=genezend) en vele honden kunnen weer volledig in de sport meedraaien.