Giardia

Protozoa

Giardia is een eencellige parasiet, die ook verantwoordelijk is voor ziekten bij mensen, die giardiasis heet. Deze eencellige diertjes noemt men protozoa. Bekende andere protozoa zijn

bijv.: malaria, toxoplasmose en babesiose. Giardiasis is de meest belangrijke protozoaire aandoening bij de hond. De parasiet is een zogenaamde plagiaat, hetgeen inhoudt dat hij zich door een soort zweepdraad kan verplaatsen. Het vóórkomen van de ziekte wordt geschat op ongeveer 5% van de honden, waarbij vooral jonge honden en honden die dicht op elkaar leven (kennels) meer kans hebben.

 

Besmetting

Men loopt de infectie op door contact met ontlasting welke de parasiet (en dan wel het zgn. cyste stadium) bevat. De overdracht van de parasiet vindt plaats via directe besmetting via de ontlasting (opeten of zich schoonlikken) met cysten, dit is de inactieve vorm van een protozo. Er worden bij een infectie tot wel 100.000 cysten per gram ontlasting uitgescheiden! Deze cysten kunnen buiten de hond in een koele vochtige omgeving maandenlang besmettelijk blijven. Besmetting bij mensen kan plaatsvinden via het drinken van of zwemmen in met Giardia cysten besmet water, het eten van besmet voedsel of direct van mens op mens.

 

Levenscyclus

De levenscyclus van Giardia is vrij simpel en omvat twee ontwikkelingsstadia: het cyste stadium, de overlevingsvorm buiten de gastheer en het vegetatieve stadium of trofozoiet, het stadium binnen de gastheer. De cysten worden door de nieuwe gastheer via de mond opgenomen. Via de maag komen de cysten in hel laatste deel van de dunne darm terecht waar zij de voedselopname verstoren en een ontsteking aan de darmwand kunnen veroorzaken. Als een cyste openbarst is het resultaat dat de trofozoiet vrijkomt. De parasiet kan zich daar vermeerderen door tweedeling maar zich ook weer omvormen tot cyste, die via de ontlasting uitgescheiden worden.

 

Incubatietijd

De tijd tussen opname en het ontstaan van ziekteverschijnselen, bedraagt 5-16 dagen. De uitscheiding van de besmettelijke cysten begint 7 dagen na opname. En vindt gedurende 4-5 weken met tussenpozen plaats. Deze besmettelijke periode kan veel langer duren als het dier zich herbesmet.

 

Vóórkomen

Giardia lamblia, de meest voorkomende, komt overal voor. Hij is de meest frequent voorkomende potentieel ziekmakende darmparasiet wereldwijd. Naar schatting wordt in Azië, Afrika en Latijns-Amerika bij 200 miljoen mensen de infectie als oorzaak van velerlei darmklachten (met name diarree) gezien; jaarlijks worden er zo’n 500.000 nieuwe gevallen gerapporteerd. In Europa is 2 – 5% van de mensen en 2 – 14% van de honden besmet. Giardiasis bij mensen wordt gezien op elke leeftijd, echter vooral bij kinderen tussen de 5 en 14 jaar. Verder blijkt de incidentie seizoensgebonden te zijn; in Nederland wordt de infectie met name gedurende de maanden augustus, september en oktober gezien. Zover bekend overlijden (in Nederland) geen mensen aan giardiasis. Het is ook geen meldingsplichtige ziekte.

 

Verschijnselen

Meestal geeft een infectie met giardia bij gezonde dieren geen klachten, maar scheiden wel periodiek de besmettelijke cysten uit. Zijn er klachten, dan bestaan deze uit acute of chronische diarree. De ontlasting is vaak bleek, stinkend en zacht. Slechts zelden is de ontlasting waterig of bloederig. Slechte vertering van voedsel en slechte opname van verteerd voedsel via de darmwand komt ook voor. Bij ernstige infecties zou eventueel wat gewichtsverlies of slechte eetlust op kunnen vallen en bij pups groeivertraging. Koorts of andere algemene ziekteverschijnselen worden zelden gezien. Er kan ook een samenwerking met andere factoren meespelen, zoals dieetverandering, stressfactoren of andere indicaties. Pups worden via de moeder besmet. Mensen zijn trouwens sneller ziek dan honden.

De infectie kan zich bij de mens op verschillende manieren uiten en zeer verschillende ziekteverschijnselen veroorzaken, uiteenlopend van een ziekte waarbij de betrokken patiënt weinig en voorbijgaande klachten heeft tot een chronische ziekte die maanden kan aanhouden. Bij de infectie staan telkens diarreeklachten op de voorgrond, daarnaast echter wordt Giardia ook veelvuldig aangetroffen in de ontlasting van personen die hiervan geen last ondervinden, de zogenaamde asymptomatische dragers.

Bij de patiënten mét klachten houden de diarreeklachten lang aan en gaan veelal gepaard met veel gasvorming, misselijkheid, buikkrampen en vettige stinkende ontlasting. Vaak is ook een patroon herkenbaar waarbij episoden van diarree worden afgewisseld met asymptomatische perioden.

 

Diagnose

Deze wordt gesteld door giardia trofozoieten in de ontlasting aan te tonen of de cysten van giardia. Dat kan met een microscoop of een ‘snaptest’. De test is veel betrouwbaarder en gevoeliger dan de microscopische manier. Er worden met behulp van een giardia snaptest antigenen (kleine stukjes) aangetoond. Hiermee kunnen dus zowel levende als dode of uiteen gevallen trofozoieten of cysten aangetoond worden!

Eigenlijk moeten drie monsters van enige keren ontlasting worden onderzocht op cysten om een goede zekerheid te geven. Uit diverse studies is gebleken dat er gemiddeld bij slechts 70%  van de gevallen met een Giardia lamblia infectie de parasiet kon worden aangetoond bij onderzoek van een eenmalig ontlastingmonster. Belangrijk is ook, dat de ontlasting direct na productie opgevangen wordt. Ook kunnen biopten van het darmslijmvlies worden genomen, maar dit is natuurlijk veel ingrijpender.

 

Behandeling

De meest voorgestelde behandeling bestaat uit metronidazol gedurende vijf dagen, waarbij sommige voorstander zijn van 2 x daags 25 mg/kg lichaamsgewicht en anderen 1 x daags 50 mg/kg aanhouden. Ook zijn er behandelingsmethoden met albendazole, 2 x daags 25 mg/kg gedurende vier dagen.

Hoewel de infectie bij mensen in principe vaak vanzelf overgaat, verdient het de voorkeur personen bij wie de infectie is aangetoond te behandelen. Bij de keuze van therapie wordt hiervoor in Nederland de voorkeur gegeven aan metronidazol (Flagyl ®) en tinidazol (Fasigyn ®).

Alle dieren (ook katten kunnen het krijgen) in het gezin moeten behandeld worden!

 

Preventie

Een goede hygiëne is heel belangrijk. Was als eigenaar  je handen na contact met je hond. Het steeds onmiddellijk verwijderen van ontlasting uit de omgeving en reinigen van kennels met bijv. Lysol, ammonia of verdunde chloorbleek en het zo droog mogelijk houden van de kennels zijn maatregelen om de verspreiding van giardia zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast ook de dragers (die de besmette ontlasting neerleggen) opzoeken en behandelen.

 

Denk bij jonge honden (uit het buitenland) met aanhoudende diarree aan giardia!