Sledehondensport in facetten

De sledehondensport speelt een zeer belangrijke rol bij de behartiging van de rasbelangen van de 4 sledehondenrassen. Immers deze honden zijn een typisch voorbeeld van werkhonden en als zodanig vormen factoren als karakter, anatomie, werkwilligheid en geschiktheid om afstanden met relatief hoge snelheid af te leggen, hoogst belangrijke raskenmerken.

Zonder ook maar iets af te willen dingen op de belangrijkheid van tentoonstellingen, durven wij toch beslist te stellen, dat zonder de sledehondensport deze rassen allang verworden zou zijn tot een typische showhonden, niet of althans niet voldoende in staat tot werken. En werken is de hoedanigheid waarvoor de hond oorspronkelijk is gefokt.

Keurmeesters, fokkers en eigenaren van deze unieke rassen moeten zich dan ook blijven realiseren, dat de werkeigenschappen niet in de showring of tijdens wandelingen beoordeeld kunnen worden. Nee, hiervoor zijn flinke afstanden nodig, waarop door de hond bewezen moet en kan worden nog over de oorspronkelijk vereiste factoren als hierboven genoemd, te beschikken.

 

In Europa is de sport ontstaan uit het gegeven dat een aantal bezitters van ‘ras-poolhonden’, d.w.z. door de F.C.I. erkende poolhondensoorten (Siberian Husky, Alaska Malamute, Samojeed en Groenlandhond) het leuk en nuttig vond met hun honden weer de sport te gaan bedrijven. Ergo, een ontwikkeling vanuit de rassen dus. Vandaar dat in Europa de sport voornamelijk met de door de F.C.I. erkende poolhondenrassen beoefend wordt.

 

In Nederland kwam men voor een probleem te staan. Omdat de vroegere ‘Trekhondenwet’ – waarin stond, dat je een hond niet als lastdier mocht gebruiken – vervallen was en overgegaan was naar de Wet op de Dierenbescherming, waar ook in stond dat je een hond niet als trekkracht mocht gebruiken, moest er wat ondernomen worden.

Na gesprekken met het ministerie werd een gedoogbeleid toegepast, waardoor met de honden getraind kon worden. In 1992 werd de Gezondheids- en Welzijns Wet voor Dieren (GWWD) aangenomen, en in augustus 1996 ging het Besluit van artikel 107 van voornoemde wet in werking, aangeduid als: Vrijstelling Sledehondensport.

Zie: www.mushingholland.nl/sport/trekhondenbesluit.html

 

Echter, de laatste tijd zien we ook binnen Europa een trend, waarbij specifiek voor wedstrijden gefokte sledehonden (dus geen honden, die als ras geregistreerd staan) of honden van andere rassen dan de poolhondenrassen ingezet worden op wedstrijden.

 

De voor mens en dier plezierigste manier van het lopen van afstanden is voor ieder individu verschillend. De een vindt wedstrijden leuk, de ander gaat liever individueel of met een kleine groep mensen en honden de natuur in, bijv. op trektochten.

Hoe, dat staat een ieder vrij, als men maar blijft bedenken dat de bedoelde werkeigenschappen alleen maar te bewijzen zijn door vergelijking met de prestaties van andere, gelijksoortige teams en het jezelf voortdurend kritisch afvragen of eventuele mindere prestaties aan de honden liggen (ze kunnen gewoon niet beter) of aan de voorbereidingen (training, voeding, eigen conditie e.d.). Eerst dan kan men een verantwoorde keus maken welke honden voor de fok worden ingezet.

Doc Lombard, een beroemde sledehondenmenner zei: ‘breed the best, forget the rest!”

 

Conditionering van de honden gebeurt door training. In september / oktober, wanneer de temperaturen lager worden, kan men beginnen. Men kan dat hardlopend doen, met de step of met een karretje. Dat ligt eraan hoeveel honden men heeft. Er wordt begonnen met een of twee dagen een paar kilometer en dat wordt rustig opgebouwd tot 3 à 4 keer per week en meer kilometers. Door de intensieve training wordt de conditie van de honden verbeterd.

 

Wat voor soort wedstrijden zijn er:

 

  1. Sprintwedstrijden: hierbij gaat het om zo snel mogelijk van de start naar de finish te komen. Er wordt niet gelet op gewicht, dus hoe lichter de slee en musher des te sneller het gaat. De afstanden variëren van 4 tot 24 km per dag, afhankelijk van de grootte van het team.

 

  1. Middellange afstandwedstrijden: hierbij geldt hetzelfde als hierboven. De afstanden variëren van 25 tot 50 km per dag, afhankelijk van de grootte van het team.

 

  1. Lange afstandwedstrijden: ook hier gaat het erom welk team het snelste is. Met of zonder bivak buiten voor de mens en de honden. Nu moet een voorgeschreven bepakking op de slee worden meegenomen, waaronder eten en drinken voor hond en mens. De afstanden variëren van 50 tot 150 km per dag en kunnen over meerdere dagen gelopen worden.

 

  1. Toer klasse: in deze discipline gaat het niet om de snelheid. Als een route maar afgelegd wordt, met of zonder verkortingen. Het is dus geen wedstrijd. De verplichte uitrusting voor de honden moet wel worden meegenomen.

 

De sprintwedstrijden zijn in Europa tot op heden het populairst en worden dikwijls via sportrubrieken van kranten e.d. bekend gemaakt en door duizenden toeschouwers bezocht. Behalve het plezier dat de honden, de mushers en toeschouwers (vaak ook op TV) eraan beleven, dragen de wedstrijden er toe bij om de zo functionele schoonheid van de sledehondenrassen te bewaren, aldus een bijdrage leverend aan de pogingen een levend cultuurgoed zo goed mogelijk te behouden.

Dat deze honden, de atleten, niet te dik zijn, spreekt voor zich. Elke musher zal er alles aan doen om zijn honden in een uitstekende conditie te krijgen en te houden.

 

In de sledehondensport kent men de volgende klasse-indeling:

 

  1. Ski-jöring: met 1 of 2 honden joggen (in het bos) of langlaufen (in de sneeuw). Aan zijn harnas zit een lijn, waarmee hij is verbonden aan een gordel die de eigenaar om zijn middel draagt.

 

  1. Pulka klasse: de basis is ook lopen of langlaufen met de hond, maar bij deze discipline worden 1, 2 of 3 honden achter elkaar onder een boog en tussen twee lichte disselbomen ingespannen, waarachter een klein karretje of sleetje (=pulka) is bevestigd. Ook nu is de musher weer verbonden met de hond(en), door de lijn aan de pulka te bevestigen.

 

Het trainen met de honden gebeurt bij deze twee klassen ook wel met een step, speciaal voor de sledehond gemaakt.

 

  1. Teams: wil men meer honden gebruiken, dan worden de honden twee aan twee voor een karretje of een slee gezet. De musher staat op de kar of slee. De indeling is als volgt:

 

  1. de D-klasse, voor 2 honden. De afstand varieert van 4 tot 8 km per dag.
  2. de C-klasse, voor 3 of 4 honden. Hier is de afstand 7 tot 12 km per dag.
  3. de B-klasse, voor 5 of 6 honden, met een afstand van 10 tot 15 km per dag.
  4. de A-klasse, voor 7 of 8 honden, met een afstand van 15 tot 20 km per dag.
  5. de Open-klasse, voor 9 honden of meer. Het maximum bepaalt de musher zelf. Op de Europese wedstrijden worden meestal niet meer dan 12 of 14 honden ingespannen, omdat hier de routes vaak smal en bochtig zijn. De afstanden zijn van 18 tot 28 km per dag.

 

Bij de meeste wedstrijden wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

  1. Teams met één of meer Siberian Husky’s;
  2. Teams met Alaska Malamutes, Samojeden en/of Groenlandhonden.

– In de pulka- en ski-jöringklas zullen alle rassen en deelnemers in dezelfde klas strijden;
dit zal alleen gesplitst worden in dames en heren, als er minimum 3 deelnemers van

eenzelfde geslacht zijn ingeschreven.

 

 

 

Demo’s

Kleur

Header Stijl

Navigatie Modus

Lay-out

Breedte
Omkaderd

Navigatie Modus